
De man en vrouw lieten in het voorjaar van 2008 hun pas geboren baby in de synagoge van de Finse hoofdstad besnijden. Een Britse rabbijn voerde als rituele besnijder, een zogeheten moheel, de ingreep uit. Direct na afloop bleef het jongetje echter bloeden en werd hij naar het ziekenhuis gebracht. Het zorgpersoneel deed later bij de politie aangifte van het voorval. De rechtbank meent dat de bloedingen en de rit naar het ziekenhuis niet van doorslaggevende betekenis zijn. Wel acht de rechter het van belang dat de rabbijn voor de ingreep geen verdoving gebruikte. Volgens een kinderchirurg, die tijdens de rechtszaak getuigde, veroorzaakt besnijdenis zonder verdoving een zeer sterke pijn. Aangezien het jongetje de besnijdenis niet kon weigeren, veroordeelde de rechtbank de ouders voor aanstichting tot kindermishandeling. Ze kregen een boete van ruim 1000 euro opgelegd.