Posts tonen met het label archeologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label archeologie. Alle posts tonen

vrijdag 10 september 2010

Noorse architect: "Zo bouwden Egyptenaren hun piramides"

TRONDHEIM - Al 3800 jaar lang piekeren we erover hoe het die dekselse oude Egyptenaren eigenlijk lukte hun piramides te bouwen. Maar nu heeft een Noorse architect naar eigen zeggen dat mysterie na vier jaar onderzoek opgelost.

Ole Jørgen Bryn, architect verbonden aan de Noorse Technische en Natuurwetenschappelijke Universiteit (NTNU) in Trondheim, is van mening dat vroegere onderzoekers het erover eens waren dat de piramides van het Oude Egypte nauwkeurig moeten zijn gepland. Maar geen enkele wetenschapper heeft tot dusver geprobeerd dat plan te reconstrueren. "In plaats daarvan sloegen egyptologen en archeologen de planningsfase over en stortten ze zich juist op de vraag wat voor soort helling de Egyptenaren gebruikten", zegt Bryn die een baanbrekende theorie over de constructie van de monsterlijke bouwwerken naar buiten heeft gebracht. Om zijn idee te ondersteunen, bestudeerde hij de 30 oudste Egyptische piramides. Met name focuseerde hij zich op de Piramide van Cheops (met een hoogte van ruim 146 meter) die als enige van de zeven klassieke wereldwonderen tot op heden nog altijd bestaat.

Te druk
Bryn vindt dat onderzoekers tot nu toe veel te druk bezig zijn geweest met het gewicht van de blokken steen en hoe de Egyptenaren die bovenop de piramides kregen. Voorts heeft er onder egyptologen een uitgebreide discussie plaatsgevonden over wat voor soort helling er werd toegepast. "Met mijn theorie is het niet langer een probleem of een helling de uitwendige meetkunde van een piramide verbergt. De theorie biedt ruimte aan alle bestaande hellingtheorieën en sluit geen enkele uit. Of er bouwsteigers rondom de constructie stonden ten tijde van de bouw was geen probleem voor de Egyptenaren en is geen probleem voor ons. De precisie werd vanaf de binnenzijde gemeten en niet andersom. Volgens Bryn werden alleen in Egypte spitse piramides gebouwd. In China en Amerika werden er piramides met een platte top geconstrueerd en was daarom de behoefte aan nauwkeurigheid een stuk minder groot. "In Egypte moesten de spitse toppen zich exact boven het midden van het grondvlak bevinden. Ik ben er nu achter gekomen hoe de Egyptenaren zo nauwkeurig wisten waar ze de pyramidion, de laatste steen op de piramide, gingen plaatsen."

Toeval
Degenen die de piramides bouwden, lieten dat niet aan het toeval over. De Egyptenaren moesten een secuur plan hebben om elk van de 2,3 miljoen kalkblokken op de juiste wijze neer te leggen. De zwaarste stenen van een piramide waren van graniet en werden gebruikt voor het plafond van de grafkamer. Er bestond een besteltermijn van maar liefst vier jaar voor deze loeizware exemplaren die werd gehouwen in een steengroeve bij Aswan, 900 kilometer stroomopwaarts langs de Nijl. Bryn: "Dan moest je vantevoren dus goed weten hoeveel stenen je nodig had." En dat niet alleen. De prehistorische bouwmeesters dienden eveneens op de hoogte te zijn hoe iedere steen eruit moest zien. Bovendien was het uiterst belangrijk dat ze wisten waar de bouwmaterialen geplaatst zouden worden. Daarbij kwam nog eens dat de constructieleiding moesten kunnen communiceren met de bouwvakkers over waar iedere steen voor zich gezet diende te worden. Dit was iets wat de Egyptenaren moesten weten voordat ze überhaupt aan de bouw begonnen. Het was dan ook van levensbelang dat ze op een eenvoudige manier konden overleggen met de circa 10.000 bouwknechten die ook nog eens analfabeet waren.

Precisiesysteem
Bryn is van mening dat de Egyptenaren in staat waren om het precisiesysteem waarmee werd gebouwd los te zien van de fysieke delen van de constructie. Dit systeem dat vandaag de dag in de bouw als vanzelfsprekend wordt gebruikt, was beslissend voor de Egyptenaren om de top van de piramide, de zogeheten apex, te kunnen bereiken. "Het antwoord op het raadsel van de piramides is helaas niet spannender dan dat", verklaart Bryn. De Noorse bouwkundige had zelf ooit een architectenbureau in Oslo en tekende grote bouwwerken. Deze ervaring gebruikte hij om te begrijpen hoe de Egyptenaren hun piramides ontwierpen. "Wanneer je tegenwoordig op een bouwplaats komt, heeft de bouwleiding een precisiesysteem opgezet. Alle maten komen van dit systeem. Vandaag de dag gebruiken we lasers, maar het is nog niet zo lang geleden dat het precisiesysteem bestond uit metseldraad en schietlood."

Hele getallen
Het systeem maakte de communicatie op de bouwplaats ook eenvoudiger. "De voormannen konden gedurende het hele bouwproces dezelfde, makkelijke woorden gebruiken. Daardoor was het ook mogelijk om slechts hele getallen te gebruiken en geen breuken. De Egyptenaren hadden namelijk geen getallen die kleiner waren dan één. De lengte-eenheid was royal cubit, de lengte van de onderarm van de farao. Deze werd opgedeeld in zeven palms (handpalmen) die op zijn beurt weer bestond uit vier fingre (vingers). Alle maten van een piramide bestaan uit deze eenheden. Bryn heeft opnieuw deze principes toegepast voor de piramideconstructie met het maken van gedetailleerde bouwtekeningen voor piramides.

Verrast
De Noor is verrast dat niemand daar eerder aan dacht. "Ik ben feitelijk geschokt dat dit al niet veel eerder is gedaan. Het is merkwaardig dat onderzoekers daar eeuwenlang niet bij hebben stilgestaan. Een piramide is toch echt een gebouw." Hij denkt dat zijn ervaring met het ontwerpen van grote gebouwen de sleutel was om zijn theorie over het precisiesysteem van piramides te kunnen ontwikkelen. "Ik spreek me niet uit over geschiedenis of egyptologie. Dat is niet mijn vak. Maar het rare is wel dat archeologen en egyptologen, die doorgaans niets van bouwkunde weten, zich hooghartig hebben uitgesproken over hoe de Egyptenaren wel of niet hun piramides bouwden", merkt Bryn cynisch op. "Behalve egyptologen zijn het alleen newage-aanhangers en dergelijke geweest die met dusdanige, door ufo's geïnspireerde uitspraken voor de dag zijn gekomen."

woensdag 1 september 2010

Archeologen onderzoeken legendarische Vrouw Maria

TURKU - Finse archeologen zijn deze week begonnen met onderzoek op het wrak van de Nederlandse handelsvaarder Vrouw Maria. Het achttiende eeuwse vaartuig zonk in 1771 met onder meer een lading peperdure schilderijen aan boord.

Medewerkers van de Finse rijksdienst voor het cultureel erfgoed (Museovaristo) hopen met het nader bekijken van het scheepswrak meer te achterhalen over het ongeluk van 239 jaar geleden. In oktober 1771 was de Vrouw Maria onderweg van Amsterdam naar Sint-Petersburg toen ze in een zware storm terechtkwam en op de klippen liep bij Nagu, een eilandenrijk voor de kust van het Finse Turku. Na verwoede pogingen van de bemanning en eilandbewoners om de vracht te redden, verging het vrachtschip met het grootste deel van de lading waaronder textiel, suiker, koffie en kunstvoorwerpen die waren gekocht door de Russische keizerin Catharina de Grote. Pas in de zomer van 1999 lokaliseerde een Fins duikersteam het wrak op een diepte van ruim 40 meter. Sinds die tijd zitten de duikers en Museovaristo elkaar in de haren met als inzet de rechten op de koopvaarder en haar kostbare inhoud.

zaterdag 24 juli 2010

Oudste seksspeeltje van Scandinavië?

MOTALA - Bodemonderzoek in het Zweedse Motala bezorgde een ploeg archeologen onlangs spontaan de slappe lach. Bij de opgravingen kwam een wel zeer sterk seksueel getint voorwerp tevoorschijn.

"Eerst dacht ik dat het slechts een bewerkte hoorn was en wilde het wat beter bekijken", schrijft archeologe Sara Gummesson geamuseerd op de blog van het opgravingsteam. "Maar toen ik het omhooghield, kon ik mijn lach niet houden..." Wat ze in de bodem langs de rivier Motala ström aantrof, leek verdacht veel op een onvervalst fallussymbool, dat in lang vervlogen tijden werd gemaakt om vruchtbaarheid te bevorderen. Of, zoals de prehistoriedeskundigen zelf aanvankelijk dachten, "de oudste dildo van Scandinavië". Het artefact is bij benadering tussen de 6000 en 8000 jaar oud en heeft een lengte en doorsnede van respectievelijk twaalf en twee centimeter. Zonder al te veel fantasie typische 'penisafmetingen' te noemen.

Bedaren
Niettemin wil Göran Gruber, archeoloog van de Zweedse oudheidkundige dienst, het hitsige debat enigszins tot bedaren brengen. "Het is inderdaad een voorwerp dat duidelijke associaties opwekt. Maar wanneer je kijkt naar het andere uiteinde, dan zie je dat dit veel puntiger is en slijtage vertoont. Het lijkt erop dat het werd gebruikt voor het bewerken van bijvoorbeeld vuursteen." De vondst kan met andere woorden een stuk gereedschap zijn met een speciaal gevormde handgreep, zodat de eigenaar het beter herkende. Die eigenaar zou ook iemand met gevoel voor humor geweest kunnen zijn. Maar Gruber heeft nog een mogelijkheid: "De saaiste uitleg is dat het simpelweg gaat om een knop zodat men het gereedschap op een stok kon vastdraaien." Hoe het ook zij, gelukkig voor liefhebbers van prehistorische erotiek blijft de allereerste ingeving - een fallus met symbolische betekenis - gewoon op de hypothesenlijst aanwezig. Dat staat hoe dan ook als een paal boven water.

zondag 2 mei 2010

Handelslustige Vikingen komen weer tot leven

ALE - Scandinaviërs en handeldrijven zijn als twee handen op een buik. De Vikingen vormen daarvoor wellicht het beste voorbeeld. In het Zweedse Ale kwamen dit weekeinde honderden middeleeuwse kooplieden bijeen als startsein voor een gloednieuw seizoen vol Vikingcultuur.

Zonder gekheid. We voelen ons bijna bezwaard wanneer we met de auto het provisorische parkeerterrein van Ale vikingagård, het plaatselijke Vikingdorp, oprijden. Overal waar je kijkt, lopen middeleeuwse Scandinaviërs. Met of zonder zwaard. Sommigen uitgedost in prachtig gedecoreerde jurken en mantels, anderen juist in een eenvoudige boerenplunje. Aan fraaie hoofddeksels schort het ook nergens. En daar kuieren wij, in spijkerbroek en winterjas met sjaal, mobiele telefoon en fotocamera. Nee, per slot van rekening verschijnen Suske en Wiske ook nooit zonder aangepaste mode bij de teletijdmachine van professor Barabas. Waarom wij dan wel? Voor de volgende keer dus maar even bij de kostuumverhuur langs. Want het allermooiste is uiteraard om volledig in de menigte op te gaan. Een Vikingmarkt bezoek je immers niet iedere dag.

Striemende wind
Ondanks de lage temperatuur en een striemende wind is het een drukte van jewelste in het themapark van Ale. "We hebben dit weekend 400 Vikingen en 90 markttenten op het terrein", vertelt Tina Friis Hallberg van Ale vikingagård. Breed glimlachend verklaart ze dat er ook bij haar Nederlands bloed door de aderen stroomt. Haar eerste achternaam verraadt dat de oorsprong Friesland moet zijn geweest. Aan het begin van de negentiende eeuw trokken zeven broers van de Friese Waddeneilanden op verzoek van Napoleons vooraanstaande veldmaarschalk Jean Babtiste Bernadotte, de latere Zweedse koning Karel XIV Johan, naar Noord-Europa. Daar verspreidden deze ambachtslieden zich over de Scandinavische landen. Een van de mannen, Tina's voorvader, vestigde zich in Zweden.

Vikingvrouw
"We hebben nooit precies uitgezocht hoe het zit, maar ik zou dolgraag nog eens naar Nederland willen..." Niettemin vervolgt ze als volledig uitgedoste Vikingvrouw haar rondleiding over het complex. Ongetwijfeld had ze duizend jaar geleden hier stevig de touwtjes in handen gehad. Vrouwen stonden in het tijdperk der Vikingen (790-1100) in hoog aanzien. Terwijl hun mannen de baas waren op zee en aan de kust van tal van landen, waren de vrouwen dat aan het thuisfront. Teruggekomen van de vaart hadden de kerels nog maar weinig in de melk te brokkelen. Desalniettemin waren de Vikingen - naast meesterplunderaars en potige huisvrouwen - vooral uitstekende handelaars. "Als start van de seizoensopening van ons themapark organiseren we dan ook ieder eerste weekend van mei een echte Vikingmarkt", knikt Tina. "Het is al het vijfde jaar dat we dit doen en elke keer groeit het aantal aanmeldingen. Maar we houden het nu bij maximaal 400 kooplui, anders wordt het straks zo'n massafestijn."

Toevalligheid
De plek van het Vikingpark is geen toevalligheid. Op steenworpafstand van de ingang werd in 1933 het allereerste Vikingschip in Zweedse bodem gevonden en uitgegraven. De overblijfselen en voorwerpen die naar boven kwamen, worden nu permanent tentoongesteld in het stadsmuseum van Gotenburg. Nog eens twee vaartuigen liggen op dezelfde plaats te wachten op (eventueel) archeologisch bodemonderzoek. In deze omgeving zijn jaar in, jaar uit grote hoeveelheden artefacten gevonden die getuigen van een dynamisch Vikingverleden. Hier langs de Göta älv, de rivier die het Kattegat met het grote Vänermeer verbindt, bestonden meerdere nederzettingen van de Vikingen. Stuk voor stuk stammen die wereldzeeën overstaken en handelsbetrekkingen aanknoopten.

Tissø
Het huidige themapark is een reconstructie van een dergelijke Vikingsamenleving. Als voorbeeld voor het complex keken de ontwerpers naar de resultaten van opgravingen die archeologen uitvoerden bij het meer Tissø, in het westen van het Deense Seeland. Daar kwam een complete Vikingnederzetting aan het licht. Woningen en andere constructies uit deze buurtschap worden nu één voor één nagebouwd. Onder andere een langhuis, een langgerekte woning, vormt inmiddels fier het hart van de nederzetting. Daaromheen staan tientallen tenten en kraampjes. Antieke klederdracht, opstijgende rook en een mengelmoes van geuren en kleuren bieden de bezoeker direct een heerlijk middagje middeleeuws marktslenteren. Keramiek, sieraden, leder, textiel, wapens, kruidenzalven, etenswaren; niets lijkt hier in deze openluchtwinkel te ontbreken. Op een veldje, net even buiten de nederzetting, klinken strijdleuzen en wapengekletter. Daar trainen vervaarlijk uitziende Noormannen met zwaarden, lansen, bijlen en schilden. Binnen de omheining schieten Robin Hood-achtigen met pijl en boog, terwijl een groepje jongelui zich bezighoudt met een voorloper van wat wij kennen als verspringen.

Gerookte worst
Binnen in het langhuis zitten Vikingen bij een knus vuur gemoedelijk te babbelen en knabbelen op een stukje gerookte worst. Anderen verkopen zelfgemaakte kaas, brood en textiel. Kinderen - uiteraard ook gekleed in de trend van eeuwen geleden - spelen met een houten bordspel. "Het leuke van de Vikingcultuur is dat die nog steeds over heel Noord-Europa leeft", gaat Tina verder. "Naast Zweden krijgen we ook steeds aanvragen uit Denemarken, Noorwegen en een paar uit IJsland en Groot-Brittannië. Je ziet echt dat het iets is wat mensen verbindt. Sommigen zijn zo fanatiek dat ze alle Vikingmarkten en -festivals door heel Scandinavië afreizen. De ambachtslieden die bij ons hun producten verkopen, mogen dat gewoon doen zonder dat ze er voor hoeven te betalen. We vragen ook geen commissie en we bieden ze gratis avondeten aan en ze mogen kosteloos op ons terrein kamperen. Het enige dat ze betalen, zijn drankjes en tussendoortjes. De sfeer is altijd geweldig."

Noorse Vikingen
Een van de buitenlandse gezelschappen wordt gevormd door Kai Ringsrud, Arnt Andersen en Elsa Aarum. Deze Noorse Vikingen komen uit Østfold, nu een provincie van Noorwegen waar volgens een geschiedkundige theorie de originele Vikingen vandaan kwamen. De drie zijn onmiskenbaar apetrots op hun komaf en doen actief mee in een vereniging. "Alles wat je hier ziet, maken we helemaal zelf", vertelt Kai, een doorgewinterde Viking met bontmuts, baard en een kippenpoot als talisman om zijn nek. Meteen geeft hij een korte uitleg over zijn koopwaar van onder meer gereedschappen, houten kistjes, dierlijke slagtanden en gehaakte banden. "Het is prachtig hoe onze voorvaderen hun gebruiksvoorwerpen en kleding maakten. We vinden het dan ook belangrijk om deze vaardigheden aan volgende generaties door te geven. Je zou eens langs moeten komen bij ons in Noorwegen, er valt nog veel meer te zien." Of wellicht... te horen. Kai tovert namelijk een hoorn tevoorschijn en onder luid geschal nemen we afscheid van de Vikingmarkt. Terug naar onze teletijdmachine op vier wielen.

vrijdag 2 april 2010

Oer-Scandinaviërs dronken geen melk

UPPSALA - Jagers en verzamelaars die ruim 4000 jaar geleden de kusten in het zuiden van Scandinavië bevolkten, konden niet tegen melk. Nieuw DNA-onderzoek door de universiteit van Uppsala wijst dat uit.

Door de wetenschap wordt in het algemeen aangenomen dat melkdrinkende volwassenen in Noord-Europa een grotere kans hadden om in de oertijd te overleven. "Dat heeft te maken met de overgang van de jager/verzamelaarcultuur naar een bestaan als landbouwer", legt Anders Götherström, onderzoeker evolutiebiologie, uit. Op het ogenblik staat hij aan het roer van een EU-project waar het belang van melk in de prehistorie wordt bestudeerd. Hij en zijn collega's voerden DNA-analyse uit op de restanten van botten en tanden van 14 individuen die 4800-4200 jaar geleden op het eiland Gotland leefden. "Ze waren daar al ten minste 1000 jaar voordat de landbouw in Scandinavië ontstond. Dit houdt in dat ze leefden door te jagen en te verzamelen en niet van het bebouwen van grond of het houden van dieren. Zodoende dronken ze ook geen melk." Indien ze dat wel hadden geprobeerd, was dat hoogstwaarschijnlijk geen succes. Uit de analyses blijkt dat hun lichaam namelijk geen melksuiker - of lactose - kon afbreken.

Zuidelijke richting
Vandaag de dag kunnen drie van de vier Zweden melk drinken. Vermoedelijk stammen de meesten niet af van deze zogeheten Oer-Scandinaviërs, maar van mensen die uit zuidelijke richting kwamen. Het is dan ook waarschijnlijk dat ze de jagers verdrongen, zonder dan wel met geweld. Dit is in elk geval de theorie waar de wetenschappers het meest in geloven. Er bestaat namelijk niet veel genetisch materiaal waaruit blijkt dat verschillende volkeren - in grotere samenhang - met elkaar kinderen kregen.

maandag 15 maart 2010

Skeletten Engeland waren van Vikingen

WEYMOUTH - Vorig jaar werden tijdens archeologische opgravingen in het Engelse graafschap Dorset een kuil met een grote hoeveelheid menselijke resten ontdekt. Waarschijnlijk waren het Vikingen.

Voor de aanleg van een weg in de havenstad Weymouth deden oudheidkundigen uitgebreid bodemonderzoek. Daar stuitten ze op afzonderlijke kuilen met 50 schedels en andere overblijfselen van mannen uit langvervlogen dagen. Aangenomen wordt dat ze afkomstig zijn uit de periode 910-1030. In die tijd heersten Angelsaksische koningen over Engeland, maar werden de kusten geteisterd door plunderende Deense Vikingen. Volgens de archeologen is de vondst zeer opmerkelijk. "Om tot de conclusie te komen dat deze jonge, onthoofde mannen Vikingen waren, is een zeer spannende ontwikkeling", zegt David Score van Oxford Archaeology. "Ieder massagraf is relatief gezien een zeldzame vondst. Maar een graf met deze afmetingen uit die betreffende periode in de geschiedenis vinden, kan rustig extreem ongebruikelijk worden genoemd. We krijgen hiermee een ongelooflijke kans om meer te weten te komen over wat er in die tijd met Dorset aan de hand was."

Tanden
Monsters van de tanden van tien individuen lieten zien dat de mannen opgroeiden in landen waar het klimaat kouder was dan in Engeland. Een andere test toonde aan dat ze eiwitrijk voedsel aten, een dieet dat overeenkomt met resultaten uit eerdere opgravingen in Zweden. Verwondingen aan kaak en hoofd werden toegebracht door scherpe slagwapens. Snijwonden in bekken, borst en buik zijn stille getuigen van een bloedige strijd. Bovendien moeten sommige krijgers, die eerdere gevechten met niet-behandelde verwondingen overleefden, een zeer pijnlijk restant van hun leven hebben gehad. Diverse botbreuken waren slecht genezen en in één geval bleef het slachtoffer zitten met een been dat vijf centimeter korter was dan het andere.

maandag 8 maart 2010

Historische scheepswrakken ontdekt in Oostzee

VISBY - Ten oosten van het Zweedse eiland Gotland zijn onbekende scheepswrakken gevonden.

De gezonken vaartuigen werden ontdekt op filmbeelden gemaakt ter voorbereiding voor de aanleg van de gasleiding door de Oostzee. Negen van de wrakken worden door de Zweedse organisatie van maritieme musea, Statens Maritima Museer, geclassificeerd als cultuurhistorisch gezien van waarde. Een van de schepen zou een ouderdom van 1000 jaar kunnen hebben. "Een exemplaar kan middeleeuws zijn en enkele andere zijn zeker afkomstig uit de 17de eeuw. De meeste wrakken komen uit de 18de en 19de eeuw", vertelt Peter Norman van de statelijke erfgoeddienst, Riksantikvarieämbetet. De laatste jaren is de bodem van de Oostzee volop actueel in verband met de vondst van diverse waardevolle Nederlandse scheepswrakken.

zaterdag 6 maart 2010

Runenstenen van Jellling krijgen glazen jasje

JELLING - Ze zijn al meer dan 1000 jaar oud en worden gezien als een van de belangrijkste historische monumenten van Denemarken. Om de twee runenstenen van Jelling worden daarom binnenkort glazen vitrines neergezet.

In de volksmond staan de runenstenen bekend als het 'geboortecertificaat van Denemarken'. Op de kleinste van de twee staat geschreven: 'Koning Gorm heeft dit monument opgericht ter nagedachtenis aan zijn vrouw Thyre, de glorie van Denemarken.' Het is de allereerste historische verwijzing naar het land Denemarken. Deze steen werd omstreeks het jaar 955 opgericht, de grote stamt uit ongeveer 965. Maar na meer dan een millennium in weer en wind te hebben gestaan, beginnen de runenstenen nu tekenen van verval te vertonen. In de poreuze kolossen hoopt zich steeds meer water op dat bij vorst uitzet en barsten veroorzaakt. Hoog tijd dus om in te grijpen. Binnenkort worden er daarom glazen vitrines om de stenen geplaatst.

Utrecht
De Jellingse runenstenen zijn vanaf 1994 officieel bijgeschreven op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. In juni 1936 kreeg Utrecht een kopie van de grote runensteen als cadeau voor het 300-jarig bestaan van de Universiteit Utrecht. Het exemplaar, dat vertelt over de Deense en Noorse bekering tot het christendom in de 10de eeuw, staat op het Domplein.

zondag 17 januari 2010

Eerste Deen sinds 1000 jaar bijgezet op Ásatrú-begraafplaats

ODENSE - Steen Pedersen werd 64 jaar oud. Als eerste Deen in 1000 jaar tijd is hij nu begraven op een speciale dodenakker voor aanhangers van de godsdienst Ásatrú, een voortzetting van het oude Germaanse heidendom.

Lang voor de komst van het christendom naar de Scandinavische landen waren de Noord-Europeanen heidenen. Ze geloofden in goden als Wodan, Donar, Freyja en Ostara. Vanaf omstreeks het jaar 1000 kregen de christenen echter meer vat op het noordelijke deel van ons continent en mettertijd verdween de heidense traditie. In de 19de eeuw stak Ásatrú de kop op als een vervolg op de oude Germaanse godencultuur. De levensbeschouwing werd in 1972 zelfs een officiële godsdienst in Noord-Europa. Denemarken kent vandaag de dag circa 600 aanhangers die vooral in Jylland en op Sjælland wonen.

Gloednieuw
Vorig jaar februari wijdden 100 van hen de gloednieuwe begraafplaats voor Ásatrú-gelovigen in Odense in. De dodenakker is gemaakt van 18 grote stenen in de vorm van een 18 meter lang schip. Een dergelijk ontwerp was zeer gebruikelijk tijdens de bronstijd, ijzertijd en Vikingtijd. De urn met het as van Steen Pedersen werd de eerste begrafenisceremonie op Assistens Kirkegård en dat terwijl hij eigenlijk niet eens een Ase was. "Hij zei tegen mij dat ik mocht bepalen waar zijn urn zou worden begraven", vertelt vriend Ivan Larsen, zelf wél Ásatrú-volger. "Hij was een vrijdenker en geloofde op geen enkele wijze. Maar ik heb sterke gevoelens voor deze plek en vind het bijzonder dat hij hier de eerste is."

vrijdag 15 januari 2010

Graven Zweedse koningen worden geopend

STOCKHOLM - Leden vroegere Zweedse koningen aan dezelfde ziekte? Nog even en we weten het, want binnenkort wordt het graf van de 13de eeuwse koning Magnus Ladulås voor onderzoek geopend.

In mei 2002 onderzochten archeologen ook al een laatste rustplaats van een Zweedse vorst. Toen werd in het veronderstelde graf van Birger Jarl (omstreeks 1210-1266), koning en stichter van Stockholm, dna-materiaal afgenomen van drie individuen die er werden aangetroffen. Nu is het de beurt om in de kerk van Riddarholmen te Stockholm de stoffelijke resten van Magnus Ladulås (1240-1290), zoon van Jarl en eveneens koning, nader te bekijken. Vergelijkingsmateriaal om er zeker van te kunnen zijn dat de botten toebehoren aan Jarl heeft namelijk nog niemand.

"Allereerst willen we dna-proeven nemen van de zeven personen die in het graf zijn bijgezet", legt archeologe Maria Wretemark van Västergotlands Museum uit. "We weten dat het kinderen en kleinkinderen van Birger Jarl zijn. Door middel van dna-onderzoek kunnen we nu met zekerheid vaststellen dat de personen die in Varnhem zijn begraven inderdaad tot dezelfde familie behoren." Verder zijn de onderzoekers benieuwd of de nakomelingen van Jarl aan dezelfde ziekte leden als hijzelf.

Karl XII
Onderzoek van koninklijke tombes in de naam der wetenschap krijgt nóg een nieuw hoofdstuk. Ook de sarcofaag van Karl XII (1682-1718) in hetzelfde hoofdstedelijke gebedshuis gaat namelijk open. Wederom, want het is al de derde keer. Geleerden zijn het er nog altijd niet over eens of deze monarch, die op 30 november 1718 stierf tijdens de belegering van het Noorse fort Fredriksten, aan zijn einde kwam door een Noorse of zelfs een Zweedse kogel. Nu de wetenschap forse stappen vooruit heeft gemaakt, vroegen de onderzoekers andermaal om toestemming. Afgelopen najaar kregen ze het groene licht. Naar verwachting zal het onderzoek later dit jaar plaatshebben.
 
Copyright © 2010 DeNoordse.nl. Alle rechten voorbehouden