vrijdag 25 juni 2010

Ook voor IJsland en Noorwegen blijft walvisjacht verboden

AGADIR - Het verbod op de walvisvaart blijft wereldwijd gewoon van kracht. Op één uitzondering na: Groenland. De Groenlandse oerbevolking mag per jaar negen bultruggen gaan vangen.

In het Marokkaanse Agadir verzamelden de 88 lidstaten van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) deze week voor de jaarvergadering die vandaag werd gesloten. Het belangrijkste thema tijdens de samenkomst was het huidige verbod op het jagen van de reusachtige zeedieren. Sinds 1986 is commerciële walvisvaart officieel niet meer toegestaan, maar landen als Noorwegen, en Japan lappen het verbod aan hun laars en gaan vaak onder de noemer wetenschap door met de vangst. Ook IJsland laat de jacht toe. Een van de agendapunten tijdens de vergadering was een voorstel om het jachtverbod voor een periode van tien jaar op te heffen, zoals in april werd geopperd. Het idee achter dit plan was om door invoering van een quota de walvisjagende landen beter te kunnen controleren. Onder meer Zweden en Denemarken toonden zich eerder deze maand positief over deze suggestie.

Paradoxaal
Walvissen redden door de jacht te heropenen klonk veel lidstaten zo paradoxaal in de oren dat ze er niets van moesten weten en de meerderheid stemde dan ook tegen. Diverse jachtcritici wezen erop dat er in de laatste jaren voor het verbod tussen 6500 en 8300 walvissen op jaarbasis werden gedood. Nadat de walvisvaart uiteindelijk was verboden, zakte de jacht bijna helemaal in. Vanaf 1988 bedroeg de totale vangst jaarlijks tussen enkele honderden en ruim 1000 dieren. "Het verbod heeft dus gewerkt. Zonder waren de vangsten veel hoger geweest", verklaart Tom Arnbom van het Wereld Natuur Fonds (WNF). "Inderdaad, Japan en Noorwegen jagen nog steeds op walvissen, maar het verbod heeft hen gedwongen om op een laag niveau te blijven."

2,5 miljoen
Gaan we langer terug in de tijd, dan wordt alles nog duidelijker. Tussen 1910 en 1980 werden, met uitzondering van de oorlogsjaren, per jaar 11.000 tot 66.000 walvissen in de wereldzeeën gedood. Rekenen we alle gevangen walvissen gedurende de 20ste eeuw bij elkaar, dan komen we uit op circa 2,5 miljoen stuks. En van dat aantal heeft Noorwegen maar liefst 750.000 exemplaren achter zijn naam staan. Tijdens de jaren 80 gingen de vangsten omlaag, maar bleven de cijfers desondanks relatief hoog. Van alle soorten walvissen was het aantal gedaald. Sommige, zoals de blauwe vinvis, waren bijna uitgeroeid. Toen het verbod werd ingevoerd, had dat een direct effect. Zo doekte de voormalige Sovjet-Unie haar walvisvaardersvloot in zijn geheel op en hield zelfs Zuid-Korea de jacht voor gezien. Japan en Noorwegen gingen door, zij het in een uitermate beperkte omvang. Het resultaat heeft niet op zich laten wachten. De bultrug wordt nu weer in de meeste zeeën gespot, terwijl eveneens de zuidkaper aan een sterke opmars bezig is. Zelfs de blauwe vinvis, Noordse vinvis, gewone vinvis en dwergvinvis hebben zich enigszins hersteld.

Groenland
Het succes van de bultrug kent wel weer een keerzijde, aangezien de IWC akkoord ging met een eis van Groenland. De Groenlandse afvaardiging wilde dat haar oerbevolking, de Inuit, opnieuw het recht zou krijgen om op de bultrug te mogen jagen. Iets wat de eerste Groenlanders in 25 jaar niet hadden gedaan. Volgens de autoriteiten hebben de Inuit 4000 jaar lang op de bultrug gejaagd en wordt het vlees verkocht op lokale, traditionele markten. Groenland had gedreigd uit de vergadering te stappen wanneer het zijn zin niet zou krijgen. De commissie gaf Groenland daarop haar fiat om per jaar negen bultruggen te vangen. Verscheidene IWC-lidstaten vonden het maar vreemd dat de Groenlanders op walvis moeten jagen om te overleven, aangezien Groenland naar internationale standaard behoorlijk welvarend is. De tegenstanders van de walvisvaart waren van mening dat de jacht om het grote geld draait wanneer het vlees wordt doorverkocht aan dure winkels en luxe hotels.

donderdag 24 juni 2010

Rood-witte massa ziet uitschakeling in hartje Kopenhagen




KOPENHAGEN - De stemming zat er voor aanvang van de laatste WK- groepswedstrijd tussen Japan en Denemarken goed in op Rådhuspladsen in het centrum van Kopenhagen. Duizenden voetbalfans kleurden de straten van de hoofdstad rood en wit.

Op een levensgroot scherm keek de massa naar de verrichtingen van hun drenge (jongens). Het Deens voetbalelftal ging tegen de Japanners zijn Waterloo tegemoet. Onder meer door een tweetal vlijmscherpe vrije trappen zegevierde Japan met 3-1. Maar Denen zijn sportieve verliezers en problemen in Kopenhagen deden zich na afloop dan ook niet voor. Opvallend was wel dat de Deense krant B.T. doelman Thomas Sørensen volledig verantwoordelijk hield voor het fiasco. De onfortuinlijke goalie kreeg als cijfer niet meer dan een -3 uitgedeeld...

Scepsis euro in Denemarken op recordhoogte

KOPENHAGEN - Nooit tevoren waren de Denen zo sceptisch over de euro als nu het geval, zo blijkt uit een opiniepeiling uitgevoerd door Danske Bank.

Het gat tussen het ja- en nee-kamp voor wat betreft de Europese munt is deze maand gegroeid. Volgens de Danske Bank hebben de tegenstanders van de euro thans de grootste voorsprong sinds de peilingen in 1999 begonnen. De recente economische recessie bezorgde de Europese valuta eerder nog wind in de zeilen, maar op het ogenblik heeft de schuldencrisis in Zuid-Europa de Deense opinie gekeerd. Slechts 32,1 procent van de Denen zegt heel zeker 'ja' te stemmen indien een referendum over de euro zou plaatsvinden. Daarentegen toont 47,8 procent van de bevolking zich juist negatief. De laatste keer dat er in Denemarken over de euro werd gestemd was in het jaar 2000.

woensdag 23 juni 2010

Laatste vuurtorenwachter IJsland met pensioen

STOKKSEYRI - Ondanks de financiële crisis gaat IJsland stug door met moderniseren. Nu zwaait de allerlaatste vuurtorenwachter van het noordelijk gelegen Scandinavische land af.

Even ten oosten van het dorp Stokkseyri, aan de zuidwestkust van IJsland, staat de vuurtoren Knarrarósviti. In 1939 bracht Sigurdur Pálsson als tienjarig jongetje de mannen die de 26-meter hoge betonnen kolos bouwden glazen melk. Zijn vader was hier de vuurtorenwachter en Sigurdur trad uiteindelijk in zijn voetsporen om decennialang te zorgen voor het navigatielicht dat zeeschepen langs de kust loodste. Allengs werd zijn voornaamste functie het onthalen van toeristen die de vuurtoren kwamen bekijken. Maar tijden zijn veranderd. De IJslandse overheidsdienst voor maritieme zaken stuurt Sigurdur nu met pensioen. Overigens tot zijn grote spijt. "De nieuwe technologie op schepen en in vuurtorens heeft ons vuurtorenwachters overbodig gemaakt, behalve dan voor het ontvangen van toeristen", vertelt de oudgediende. Ieder jaar komen tegen de 1000 mensen de Knarrarósviti bezoeken. Maar toegang tot de vuurbaak is vanaf heden helaas verleden tijd.
 
Copyright © 2010 DeNoordse.nl. Alle rechten voorbehouden