Posts tonen met het label Wereld Natuur Fonds. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Wereld Natuur Fonds. Alle posts tonen

zondag 25 juli 2010

Sterke algenbloei bedreigt leven bodem Oostzee

STOCKHOLM - De Oostzee ligt weer onder vuur. Dit keer wordt de door milieuproblematiek geplaagde zee bedreigd door een overmatige algenvorming.

Sterke en dikke bloeiende algen hebben de Oostzee (of Baltische Zee) momenteel in hun greep. Terwijl de Zweedse kust normaal gesproken relatief algenvrij is, wordt nu gevreesd voor het leven op de zeebodem. "Dit is één van de grootste algenbloei sinds lange tijd. De combinatie van het weer, klimaat en dat wat we in de zee achterlaten, is verantwoordelijk voor dit probleem", zegt Lennart Gladh, projectleider Oostzee van het Wereld Natuur Fonds (WNF). Het weer, de hoge temperaturen, het warme oppervlaktewater en de milde winters zorgen ervoor dat de algen goed gedijen. In het zuidelijke deel van de Oostzee ligt nu een 1000 km lange en 300 km brede algensliert. De eerste algenbloei werd eind juni ontdekt in het gebied vanaf het Deense eiland Bornholm tot aan de Baltische Staten. Nu bedekken de algen delen van de Finse Golf tot aan de Hanöbaai in het Zuid-Zweedse Skåne. De dichtstbegroeide concentraties bevinden zich bij de Poolse kustlijn en rond de eilanden Gotland en Öland, aldus het WNF.

Vicieuze cirkel
Na de afgelopen warme zomerweken hebben delen van de Oostzee bij de Baltische Staten en de Poolse kust een abnormaal hoge watertemperatuur - soms tot wel 24 graden - bereikt. Analyses door het Zweeds meteorologisch instituut hebben uitgewezen dat er een giftige algsoort overheerst. Het WNF maakt zich zorgen dat de grootte van de zeebodem waar niets leeft zich uitbreidt indien de algenvorming doorgaat. "Het is een vicieuze cirkel. Hoe meer er je erin stopt des te meer energie het verget om het af te breken, net zoals bij compost. We moeten hogere milieueisen stellen en de uitstoot die nu aan de gang is stoppen", zegt Gladh. Woekerende algen vormen een ernstige bedreiging voor het maritieme milieu. Wanneer algen afsterven en naar de bodem zakken, is er veel zuurstof nodig om de dode zeeplanten af te breken. Tegelijkertijd komt er fosfor vrij waardoor de bodem zuurstofarm wordt of zelfs 'sterft'. De overbemesting door onder andere de landbouw is nog steeds één van de grootste bedreigingen voor de Baltische Zee, aldus het WNF.

Zweedse kust
Tot nu toe was de Zweedse kust voor de algenvorming relatief gespaard gebleven. Harde wind heeft ervoor gezorgd dat de algensliert zich op zee hield. Wel komen ten zuiden van Gotland en Öland verspreide concentraties voor. Krachtens Gunnar Aneer, maritiem ecoloog bij het voorlichtingsbureau voor de Oostzee van de regio Stockholm valt er niet direct een oorzaak aan te wijzen waarom de Zweedse stranden niet door algen zijn bedekt. "Het is toeval. Vaak gaat het erom uit welke hoek stromingen en winden komen. Het heeft nu flink van de kust afgewaaid en er zijn dan ook geen grote hoeveelheden algen aangespoeld."

vrijdag 25 juni 2010

Ook voor IJsland en Noorwegen blijft walvisjacht verboden

AGADIR - Het verbod op de walvisvaart blijft wereldwijd gewoon van kracht. Op één uitzondering na: Groenland. De Groenlandse oerbevolking mag per jaar negen bultruggen gaan vangen.

In het Marokkaanse Agadir verzamelden de 88 lidstaten van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) deze week voor de jaarvergadering die vandaag werd gesloten. Het belangrijkste thema tijdens de samenkomst was het huidige verbod op het jagen van de reusachtige zeedieren. Sinds 1986 is commerciële walvisvaart officieel niet meer toegestaan, maar landen als Noorwegen, en Japan lappen het verbod aan hun laars en gaan vaak onder de noemer wetenschap door met de vangst. Ook IJsland laat de jacht toe. Een van de agendapunten tijdens de vergadering was een voorstel om het jachtverbod voor een periode van tien jaar op te heffen, zoals in april werd geopperd. Het idee achter dit plan was om door invoering van een quota de walvisjagende landen beter te kunnen controleren. Onder meer Zweden en Denemarken toonden zich eerder deze maand positief over deze suggestie.

Paradoxaal
Walvissen redden door de jacht te heropenen klonk veel lidstaten zo paradoxaal in de oren dat ze er niets van moesten weten en de meerderheid stemde dan ook tegen. Diverse jachtcritici wezen erop dat er in de laatste jaren voor het verbod tussen 6500 en 8300 walvissen op jaarbasis werden gedood. Nadat de walvisvaart uiteindelijk was verboden, zakte de jacht bijna helemaal in. Vanaf 1988 bedroeg de totale vangst jaarlijks tussen enkele honderden en ruim 1000 dieren. "Het verbod heeft dus gewerkt. Zonder waren de vangsten veel hoger geweest", verklaart Tom Arnbom van het Wereld Natuur Fonds (WNF). "Inderdaad, Japan en Noorwegen jagen nog steeds op walvissen, maar het verbod heeft hen gedwongen om op een laag niveau te blijven."

2,5 miljoen
Gaan we langer terug in de tijd, dan wordt alles nog duidelijker. Tussen 1910 en 1980 werden, met uitzondering van de oorlogsjaren, per jaar 11.000 tot 66.000 walvissen in de wereldzeeën gedood. Rekenen we alle gevangen walvissen gedurende de 20ste eeuw bij elkaar, dan komen we uit op circa 2,5 miljoen stuks. En van dat aantal heeft Noorwegen maar liefst 750.000 exemplaren achter zijn naam staan. Tijdens de jaren 80 gingen de vangsten omlaag, maar bleven de cijfers desondanks relatief hoog. Van alle soorten walvissen was het aantal gedaald. Sommige, zoals de blauwe vinvis, waren bijna uitgeroeid. Toen het verbod werd ingevoerd, had dat een direct effect. Zo doekte de voormalige Sovjet-Unie haar walvisvaardersvloot in zijn geheel op en hield zelfs Zuid-Korea de jacht voor gezien. Japan en Noorwegen gingen door, zij het in een uitermate beperkte omvang. Het resultaat heeft niet op zich laten wachten. De bultrug wordt nu weer in de meeste zeeën gespot, terwijl eveneens de zuidkaper aan een sterke opmars bezig is. Zelfs de blauwe vinvis, Noordse vinvis, gewone vinvis en dwergvinvis hebben zich enigszins hersteld.

Groenland
Het succes van de bultrug kent wel weer een keerzijde, aangezien de IWC akkoord ging met een eis van Groenland. De Groenlandse afvaardiging wilde dat haar oerbevolking, de Inuit, opnieuw het recht zou krijgen om op de bultrug te mogen jagen. Iets wat de eerste Groenlanders in 25 jaar niet hadden gedaan. Volgens de autoriteiten hebben de Inuit 4000 jaar lang op de bultrug gejaagd en wordt het vlees verkocht op lokale, traditionele markten. Groenland had gedreigd uit de vergadering te stappen wanneer het zijn zin niet zou krijgen. De commissie gaf Groenland daarop haar fiat om per jaar negen bultruggen te vangen. Verscheidene IWC-lidstaten vonden het maar vreemd dat de Groenlanders op walvis moeten jagen om te overleven, aangezien Groenland naar internationale standaard behoorlijk welvarend is. De tegenstanders van de walvisvaart waren van mening dat de jacht om het grote geld draait wanneer het vlees wordt doorverkocht aan dure winkels en luxe hotels.

zaterdag 12 juni 2010

Denemarken en Zweden willen walvisjacht

STOCKHOLM/KOPENHAGEN - Zowel Denemarken als Zweden steunt het idee om op beperkte schaal commerciële walvisvaart toe te laten. Het Wereld Natuur Fonds (WNF) toont zich echter kritisch.

Tijdens een vergadering van ministers uit de Europese Unie (EU) sprak onder meer de Zweedse minister van Milieuzaken Andreas Carlgren zich uit voor het voorstel om walvisjagende landen een beperkte vangstquota te gunnen. Ook Denemarken staat achter het plan. Toch laten de overige EU-ministers zich negatief uit. Sinds 1986 is commerciële walvisvaart verboden en velen zouden het als een nederlaag ervaren wanneer er wordt gebogen voor walvisjagende naties als Japan, Noorwegen en IJsland. Degenen die voor een beperkte vangst zijn, menen dat het verbod geen effect heeft omdat deze landen ondanks alles toch met de jacht zijn doorgegaan. Indien de jacht wordt toegelaten kan de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) de quota bepalen, wat waarschijnlijk zou betekenen dat er minder walvissen worden gedood dan momenteel gebeurt. "Wij denken dat er een mogelijkheid bestaat om Japan, Noorwegen en IJsland mee te krijgen in een internationaal verdrag. Vandaag de dag hebben we strenge regels op papier, maar geen echte controle", zegt Carlgren.

Vraagtekens
Niettemin plaatst het WNF grote vraagtekens bij de gedachtegang van de Zweedse bewindsman. "We begrijpen die logica niet goed", reageert Lasse Gustavsson, secretaris-generaal van de Zweedse tak van het WNF. "Wij vinden niet dat men op dit gebied politieke compromissen kan sluiten. De huidige houding van onze regering begint nu te sterk te lijken op hun stellingname tijdens de laatste wolvenjacht. Er is niets dat erop duidt dat de invoering van een beperkte quota goed zou zijn voor de walvissenpopulatie. Volgens ons bestaat er geen aanleiding om dit principe aan te passen."

Verenigde Staten
De laatste tijd hebben zelfs de Verenigde Staten zich uitgesproken voor het opheffen van het verbod op de walvisjacht. Maar Australië en Nieuw-Zeeland zijn tegen en binnen de EU scharen ook Duitsland, Oostenrijk, België, Ierland, Nederland en Groot-Brittannië zich achter het verbod. Eerder al toonde de IWC zich voorstander van de invoering van gelimiteerde walvisvaart voor een periode van tien jaar. De kwesties komen aan bod tijdens de IWC-jaarvergadering. Deze vindt tussen 21 en 25 juni plaats in Marokko.

vrijdag 19 maart 2010

Longyearbyen noordelijkste deelnemer aan Uur der Aarde

LONGYEARBYEN - Het Uur der Aarde (Earth Hour) gaat niet voorbij aan de inwoners van Longyearbyen. Ook in de hoofdplaats van Spitsbergen is het op 27 maart een uur donker teneinde stil te staan bij de mondiale klimaatproblematiek.

Collectief energie besparen en zo de uitstoot van kooldioxide verminderen, dat is het idee achter het Uur der Aarde. Volgende week zaterdag worden daarom over de gehele wereld tussen 20:30 en 21:30 uur Nederlandse tijd verlichting en elektrische apparatuur uitgeschakeld. Verwacht wordt dat circa 6000 plaatsen in 110 landen dit jaar mee zullen doen. Longyearbyen sluit als noordelijkste deelnemer ook aan in de rij. Maar de beslissing om de lichten op Spitsbergen een uur lang te doven, was niet bepaald eenvoudig. Een lang debat tussen de plaatselijke bestuurders ging eraan vooraf. Alles heeft te maken met het gevaar voor ijsberen dat altijd in de straten van Longyearbyen dreigt. Toch wordt de situatie nu als veilig beschouwd. "Spitsbergen hoort tot dat deel van de wereld waar de gevolgen van de klimaatverandering het meest zichtbaar zijn", zegt secretaris-generaal van het Wereld Natuur Fonds Rasmus Hansson. "Het is daarom ook van grote symbolische waarde dat ze meedoen aan deze klimaatcampagne."
 
Copyright © 2010 DeNoordse.nl. Alle rechten voorbehouden